Een belastingverdrag (in België ook wel een dubbelbelastingverdrag
genoemd) is een verdrag oftewel een overeenkomst tussen veelal twee en — in
uitzonderlijke gevallen — meer staten waarin die staten afspreken hoe de
heffing van hun belastingen op elkaar wordt afgestemd met als voornaamste doel
het voorkomen van internationale dubbele belasting én het ontgaan van
belasting. Belastingverdragen zijn deel van het belastingrecht en meer in het
bijzonder van het internationale belastingrecht.
Internationale dubbele belasting doet zich onder meer voor
indien twee of meer staten hetzelfde inkomen van dezelfde persoon belasten als
gevolg van de toepassing van vooral twee internationaal breed toegepaste
heffingsbeginselen: het woonplaatsbeginsel en het bronstaatbeginsel. Op grond
van het woonplaatsbeginsel heft een staat belasting naar het inkomen van
personen die in die staat wonen of gevestigd zijn (de woonstaat). De
territoriale oorsprong van het inkomen is hierbij niet van belang: zowel
inkomen dat binnen het grondgebied van de staat opkomt, als inkomen dat buiten
dat grondgebied opkomt, wordt in de woonstaat belast. Dit inkomen wordt
aangeduid als wereldinkomen. Op grond van het bronstaatbeginsel heft een staat
belasting van personen die weliswaar niet in die staat wonen of gevestigd zijn,
maar die wel inkomen uit die staat genieten (de bronstaat). Geniet een inwoner
van staat A (woonstaat) bijvoorbeeld huurinkomsten uit een woning die in staat
B gelegen is (bronstaat), dan zal in de regel zowel staat A als staat B de
huurinkomsten willen belasten. Zonder internationale afstemming zou de
gecombineerde belastingdruk van de twee staten in veel gevallen hoger uitvallen
dan de belastingdruk die zou ontstaan indien het inkomen slechts in één van die
staten belast zou zijn. De hogere, gecombineerde belastingdruk wordt veelal gezien
als een ongewenste uitkomst omdat het internationale economische samenwerking
belemmert.
Belastingverdragen zijn erop gericht om die hogere, gecombineerde
belastingdruk te verminderen. Hierbij is het uitgangspunt dat de woonstaat het
wereldinkomen van de belastingplichtige altijd mag belasten, dus ook als het
inkomen zijn oorsprong buiten de woonstaat heeft. Vervolgens wordt in
belastingverdragen per type inkomen bepaald of de bronstaat het inkomen van de
belastingplichtige dat zijn oorsprong in die staat heeft, ook mag belasten. Is
dat het geval, dan dient de woonstaat van de belastingplichtige een korting
(belastingvermindering) te geven op de belasting die in de woonstaat
verschuldigd is. Belastingverdragen zijn ook erop gericht om te voorkomen dat
inkomen in het geheel niet worden belast (het ontgaan van belasting).
Wat hierboven voor belastingen naar inkomen (inclusief
winst) is gesteld, geldt ook voor andere belastingen zoals belastingen naar
vermogen en successierechten.