Friday, 7 June 2013
Thursday, 6 June 2013
Payrolling
Bij payrolling
geeft een bedrijf de verantwoordelijkheid voor zijn werkgeverschap uit handen
en komt het personeel in dienst van een salariëringsbedrijf.
Zo'n bedrijf
besteedt juridische en administratieve aangelegenheden zoals de
salarisadministratie, afdracht van sociale premies en bijvoorbeeld pensioenen
uit aan een payrollonderneming. Personeel dat volgens een payrollconstructie
betaald krijgt kan geen beroep doen op de afspraken uit de collectieve
arbeidsovereenkomst (cao) van de betreffende bedrijfstak.
Het verschil tussen
een payrol-firma en een uitzendbureau is dat in geval van payrolling het
inlenende bedrijf de werknemer zelf werft en dat de terbeschikkingstelling door
het payrollbedrijf veelal voor onbepaalde tijd is.
Kleinere
uitzendbureaus maken zelf ook wel gebruik van payrolling door hun geplaatste
werknemers bij een payrollonderneming onder te brengen. Dit heet ook wel back
office service.
Payrolling is een
groeiend fenomeen in Nederland, vooral in de horecasector. Er is een aantal
grote aanbieders actief, maar door de groter wordende vraag zijn ook steeds
meer kleinere aanbieders op de payroll-markt actief.
Naast personeel
en uitzendbureaus is payrolling ook geschikt voor freelancers, die geen
verklaring arbeidsrelatie (VAR) hebben. De payrollondernemingen nemen de
freelancers in dienst en verzorgen de facturatie aan de opdrachtgever en de
salarisadministratie. De freelancer behoudt zo de vrijheden van het ondernemen
maar heeft tevens de zekerheden van loondienst met de daarbij behorende sociale
regelingen.
Agentschap NL,
een overheidinstelling, maakt gebruik van payrolling. Minister Kamp (Sociale
Zaken en Werkgelegenheid) heeft de Stichting van de Arbeid gevraagd hoe wordt
aangekeken tegen de ontwikkeling van payrolling, mede in het licht van de
gevolgen voor werknemers als het gaat om ontslag. Hij heeft de Stichting
verzocht hem daarover zo mogelijk in september 2011 te berichten. Vervolgens
zal hij de Tweede Kamer inlichten over zijn bevindingen ter zake, en ook ingaan
op het beleid ten aanzien van de inhuur van payrollmedewerkers bij de
rijksoverheid.
In 2011 hebben de
vakbonden, het FNV, CNV en De Unie payrolling via VPO CAO in de ban gedaan.
Gezamenlijk hebben zij de CAO VPO opgezegd. Volgens de vakbonden werd de
constructie voornamelijk gebruikt door werkgevers om contracten te bieden die
slechter zijn dan de geldende cao's.
Sinds 1 januari
2012 is op de arbeidsovereenkomsten tussen payrollondernemingen en
payrollkrachten de Collectieve arbeidsovereenkomst voor Uitzendkrachten van
toepassing geworden. Enkele grotere payrollbedrijven hebben een eigen CAO en
kregen een ontheffing.
Er is discussie
over de meerwaarde welke de payrollingconstructie zou hebben voor verschillende
bedrijven. Met name voor kleine ondernemingen waar slechts een gering aantal
medewerkers werkzaam zijn en geen professionele HR-afdeling beschikbaar is,
wordt payrolling ingezet als dienstverlening ter ontzorging en
professionalisering van het werkgeverschap. Hier ligt de prioriteit juist vaak
op het verbeteren van de arbeidsvoorwaarden en het correct naleven van alle
wet- en regelgeving, een taak waar de eigenaar/ondernemer onvoldoende tijd en
kennis voor beschikbaar heeft.
Detacheren
Detacheren is een werknemer voor een bepaalde tijd uitlenen aan een andere werkgever, waarbij de arbeidsovereenkomst met de (oude) werkgever wordt gehandhaafd en de inlener als regel een vergoeding aan de oude werkgever betaalt.
Detacheren kan via een uitzendbureau, maar er zijn ook gespecialiseerde detacheringsbureaus. Detacheren betekent letterlijk losmaken van, het woord komt uit het Engels 'to detach'. Gedetacheerden 'verhuurt' men meestal voor langere periode, de periode kan enkele maanden zijn maar ook een paar jaar. Het arbeidscontract van de werknemer geldt voor de duur van het project. Soms treedt de werknemer volledig in dienst treedt bij het detacheringsbureau. De werknemer werkt dan bij verschillende projecten. Detacheren geeft meer zekerheid dan uitzenden, men kan de werknemer kan niet zomaar ontslaan en als er geen werk beschikbaar is, krijg de werknemer (meestal) doorbetaald. Gedetacheerden zijn vaak hoog opgeleide of gespecialiseerde arbeidskrachten.
Vooral in de IT-sector maken bedrijven veel gebruik van gedetacheerd personeel. Maar ook bijvoorbeeld opleiders, salarisadministrateurs en monteurs zijn beroepsuitoefenaren die men regelmatig detacheert.
Detacheren kan via een uitzendbureau, maar er zijn ook gespecialiseerde detacheringsbureaus. Detacheren betekent letterlijk losmaken van, het woord komt uit het Engels 'to detach'. Gedetacheerden 'verhuurt' men meestal voor langere periode, de periode kan enkele maanden zijn maar ook een paar jaar. Het arbeidscontract van de werknemer geldt voor de duur van het project. Soms treedt de werknemer volledig in dienst treedt bij het detacheringsbureau. De werknemer werkt dan bij verschillende projecten. Detacheren geeft meer zekerheid dan uitzenden, men kan de werknemer kan niet zomaar ontslaan en als er geen werk beschikbaar is, krijg de werknemer (meestal) doorbetaald. Gedetacheerden zijn vaak hoog opgeleide of gespecialiseerde arbeidskrachten.
Vooral in de IT-sector maken bedrijven veel gebruik van gedetacheerd personeel. Maar ook bijvoorbeeld opleiders, salarisadministrateurs en monteurs zijn beroepsuitoefenaren die men regelmatig detacheert.
Hof van Justitie verkiest werkelijke situatie boven schriftelijke bedingen bij de toepassing van de detacheringsregels uit de Coordinatieverordening
door K. Nevens
1. Een Poolse beroepsrechter werd geconfronteerd met een
geval van grensoverschrijdende tewerkstelling, waarbij een Poolse werknemer tot
driemaal toe door een Poolse onderneming naar het buitenland werd gezonden om
arbeid te verrichten, telkenmale op basis van een arbeidsovereenkomst van
bepaalde duur. De Poolse onderneming voerde in eigen land geen opdrachten uit.
Omdat de schriftelijke arbeidsovereenkomst bepaalde dat de
werknemer zou werken "op bouwplaatsen in Polen en op het grondgebied van
de Europese Unie (Ierland, Frankrijk, Groot-Brittannië, Duitsland, Finland),
volgens de instructies van de werkgever” had de bevoegde Poolse instelling van
sociale zekerheid (de ZUS), voor de eerste twee tewerkstellingen een
E101-formulier afgeleverd op basis van het toen geldende artikel 14, lid 2, sub
b, van de coördinatieverordening nr. 1408/71. Volgens deze bepaling is bij
tewerkstelling in meerdere lidstaten de volgende socialezekerheidswetgeving van
toepassing:
"i) de wetgeving van de lidstaat op het grondgebied
waarvan zij wonen, indien zij een deel van hun werkzaamheden op dit grondgebied
uitoefenen of indien zij verbonden zijn aan meer dan één onderneming of meer
dan één werkgever die hun zetel of domicilie op het grondgebied van
verschillende lidstaten hebben;
ii) de wetgeving van de lidstaat op het grondgebied waarvan
de zetel van de onderneming of het domicilie van de werkgever waarbij zij
werkzaam zijn, zich bevindt, indien zij niet wonen op het grondgebied van een
der staten waar zij hun werkzaamheden uitoefenen".
Met betrekking tot de derde tewerkstelling veranderde de ZUS
echter het geweer van schouder. Een aanvraag voor een E10-formulier werd
geweigerd omdat met betrekking tot de vorige tewerkstellingen was gebleken dat
de werknemer steeds in één lidstaat buiten Polen werkzaam was. De feitelijke
uitvoering van de arbeidsovereenkomst strookte met andere woorden niet met de
schriftelijke bedingen ervan.
De Poolse rechter in eerste aanleg gaf de ZUS gelijk. Van
tewerkstelling in meerdere lidstaten was er ook volgens hem geen sprake. Hij
ging echter nog een stap verder en oordeelde ook dat er helemaal geen sprake
was van een detachering in de zin van artikel 14, lid 1 van de oude
coördinatieverordening. De Poolse rechter kwam tot dit besluit omdat de Poolse
onderneming geen activiteiten uitoefende in Polen. De economische activiteit
was met andere woorden volledig gericht op andere lidstaten. De Poolse rechter
stelde zodoende impliciet aan de kaak dat de onderneming slechts een
postbusfirma was. Het gevolg van deze beslissing was dat de werknemer
onderworpen zou moeten worden aan de socialezekerheidswetgeving van de plaats
van gewoonlijke tewerkstelling (in casu Frankrijk en Finland).
Tegen de beslissing van de rechter in eerste aanleg werd
zowel door de werkgever als door de werknemer beroep aangetekend. De werkgever
voerde aan dat de vereiste van gelijktijdigheid van tewerkstellingen niet wordt
gesteld in artikel 14, lid 2. De werknemer voegde daar aan toe dat hij wel
degelijk in meerdere landen had gewerkt, met name in het kader van
verschillende opeenvolgende arbeidsovereenkomsten van bepaalde duur.
De beroepsrechter vroeg opheldering aan het Hof van
Justitie.
2. Het Hof van Justitie wijst er eerst en vooral op dat de
Poolse rechter er terecht van uit ging dat er geen sprake is van detachering in
de zin van artikel 14, lid 1 omdat de Poolse onderneming Format doorgaans geen
werkzaamheden van betekenis verrichtte in Polen, haar lidstaat van vestiging.
Het Hof zet in de verf dat dit een juiste toepassing en interpretatie is van
die bepaling, en voegt er verder aan toe dat deze feitelijke vaststelling van
de Poolse rechter niet werd betwist voor het Hof. Kortom, uit het arrest valt
niet zoveel lering te trekken wat betreft het fenomeen van de postbusfirma's.
Ten tweede zegt het Hof zonder veel omwegen dat voor de
toepassing van artikel 14, lid 2 een werknemer werkzaamheden moet plegen uit te
oefenen op het grondgebied van twee of meer lidstaten. Wanneer een werknemer
gewoonlijk werkzaamheden in loondienst verricht op het grondgebied van één
lidstaat, kan hij dus niet onder de werkingssfeer van het voornoemde artikel
vallen.
Ten derde zet het Hof in de verf dat de instelling bevoegd
voor het afleveren van E10-formulieren zorgvuldig de (verwachte)
arbeidssituatie moet analyseren. Het Hof erkent hierbij dat de schriftelijke
(arbeids)overeenkomst die bij de aanvang van de arbeidsrelatie worden
opgesteld, in de praktijk van bijzonder belang kunnen zijn, maar voegt er wel
het volgende aan toe:
"voor zover de bewoordingen van die documenten evenwel
overeenkomen met de betrokken te verwachten werkzaamheden op het ogenblik van
de aanvraag van de E 101-verklaring of, in voorkomend geval, de vóór of na een
dergelijke aanvraag daadwerkelijk uitgeoefende werkzaamheden."
Bij de beoordeling van de feiten voor de vaststelling van de
toepasselijke socialezekerheidswetgeving in het kader van de afgifte van een
E101-verklaring (nu A1), kan het betrokken orgaan in voorkomend geval dus,
behalve met de bewoordingen van de contractdocumenten, rekening houden met
diverse factoren, zoals de wijze waarop overeenkomsten tussen de betrokken
werkgever en werknemer voorheen werden uitgevoerd, de omstandigheden waarin
deze overeenkomsten zijn gesloten en, meer algemeen, de kenmerken en
uitvoeringswijzen van de door de betrokken onderneming verrichte werkzaamheden,
voor zover die factoren licht kunnen werpen op de werkelijke aard van de
werkzaamheden in kwestie.
Het Hof haakt dit vast aan de verplichting tot juiste
toepassing van de verordening door het bevoegde orgaan van de lidstaat. Dit
orgaan moet zich, niettegenstaande de bewoordingen van de contractdocumenten,
baseren op de werkelijke situatie van de werknemer. Dit alles brengt het Hof
uiteindelijk tot de conclusie dat de ZUS en de Poolse rechter in eerste aanleg
het bij het juiste eind hadden. Het Hof zegt:
"uit de niet-betwiste inlichtingen die aan het Hof zijn
verstrekt door de verwijzende rechter, Format en ZUS, (blijkt dat ) Kita op
basis van de betreffende overeenkomsten op permanente basis werkzaamheden
(verrichtte) gedurende meerdere maanden of meer dan tien maanden op het
grondgebied van één lidstaat, te weten Frankrijk. Voorts werkte Kita in het
kader van de volgende overeenkomst, die hij opnieuw voor bepaalde duur met
Format sloot, enkel op Fins grondgebied. Blijkens de stukken kreeg Kita in de
context van alledrie de overeenkomsten na beëindiging van de werkzaamheden
onbetaald verlof, waarna de betrokken overeenkomst in onderlinge
overeenstemming voortijdig werd beëindigd.
In die omstandigheden kan (...) niet worden geoordeeld dat
een werknemer in de situatie van Kita onder het begrip „degene die op het
grondgebied van twee of meer lidstaten werkzaamheden in loondienst pleegt uit
te oefenen” in de zin van artikel 14, lid 2, van verordening nr. 1408/71 kan
vallen."
Ook het beschikkend gedeelte is kristalhelder:
"een persoon die in het kader van opeenvolgende
arbeidsovereenkomsten die het grondgebied van meerdere lidstaten als plaats van
de werkzaamheden vermelden, feitelijk voor de duur van elke overeenkomst
telkens slechts op het grondgebied van een van die staten werkt, (kan) niet
onder het begrip „degene die op het grondgebied van twee of meer lidstaten
werkzaamheden in loondienst pleegt uit te oefenen” in de zin van die bepaling
(...) vallen."
3. De beschouwingen
die het Hof wijdt aan de verhouding tussen schriftelijke documenten en de
feitelijke uitvoering van de arbeidsovereenkomst, doen meteen denken aan de
discussies die daaromtrent werden en worden gevoerd bij het bepalen van de
juridische aard van een arbeidsrelatie.
Het is geweten dat de Belgische arbeidsgerechten tot aan de
zogeheten kwalificatiearresten van het Hof van Cassatie ook voorrang gaven aan
de feitelijke uitvoering. De kwalificatiearresten werden door een meerderheid
van de rechtsleer opgevat als een restauratie van de wil der partijen, en
daarmee gepaard gaande een herwaardering van de schriftelijke
arbeidsovereenkomst. Sommige auteurs zijn dan ook de mening toegedaan dat de
kwalificatiearresten, en de Arbeidsrelatiewet die deze arresten codificeerde,
afbreuk doen aan het 'primacy of fact'-beginsel zoals dat wordt gehuldigd in
IAO-aanbeveling nr. 198 inzake de arbeidsrelatie.
In mijn doctoraal proefschrift keerde ik mij tegen de
hierboven vermelde analyse van de kwalificatiearresten. Ik wees er meer bepaald
op dat deze arresten in essentie slechts de bewijslastregels in herinnering
brengen. Kortom, het bewijs van een gezagsverhouding moet worden geleverd op
basis van deugdelijke elementen, en niet op basis van indiciën van economische
afhankelijkheid. Enkel indien dit bewijs is geleverd, kan de rechter
voorbijgaan aan het kwalificatieoordeel van de partijen. Dit
kwalificatieoordeel wordt wel vaker in de schriftelijke overeenkomst opgenomen,
maar valt geenszins te vereenzelvigen met de gehele overeenkomst, dat tal van
andere bedingen kan bevatten die de rechten en verplichtingen van de
contractspartijen concretiseren.In de kwalificatiearresten zegt het Hof van
Cassatie dus niet dat alleen schriftelijke bedingen als bewijs van gezag kunnen
gelden. De vraag naar de toelaatbaarheid van zekere bewijsmiddelen was immers
niet aan de orde in de kwalificatiearresten.
Voorts mag niet uit het oog worden verloren dat wanneer het
Hof het heeft over de partijenkwalificatie, dat het dan gaat om het
kwalificatieoordeel van de partijen, en niet om de werkelijke wil van de
partijen die overeenkomstig artikel 1134BW de partijen tot wet strekt. In
vooraanstaande verbintenisrechtelijke rechtsleer wordt zeer duidelijk het
onderscheid gemaakt tussen werkelijke wil, uitgedrukte wil en
partijenkwalificatie. De werkelijke wil is maatgevend, de uitgedrukte wil is
wat partijen al dan niet onbeholpen op papier hebben gezet om die werkelijke
wil tot uiting te brengen, en de partijenkwalificatie is de juridische
kwalificatie die de partijen denken dat aan hun werkelijke wilsuiting moet
worden toegedicht. Blijkbaar valt het velen, met inbegrip van de wetgever,
bijzonder lastig om dit onderscheid te zien en te maken, en worden werkelijke
wil, uitgedrukte wil en partijenkwalificatie om de haverklap met elkaar
verward.
In mijn doctoraal proefschrift voegde ik aan deze analyse
nog toe dat in arbeidsrechtelijke geschillen het geschrift een wettelijke
bewijswaarde heeft (art. 1341BW) waaraan niet zomaar kan worden getornd. Dit
wordt in de rechtspraktijk vaak over het hoofd gezien, maar stoort zelden,
omdat het voornoemde artikel toch niet van openbare orde is. Bewijs door
getuigen en vermoedens kan uiteraard dienstig zijn om de bedingen van de
geschreven overeenkomst te interpreteren, maar niet om bewijs tegen of boven de
geschreven akte aan te nemen. In socialezekerheidsgeschillen is het echter
anders. Een instelling van sociale zekerheid kan - als derde - de juiste aard
van de arbeidsrelatie bewijzen aan de hand van alle mogelijke bewijsmiddelen.
Een derde moet enkel het bestaan van de overeenkomst erkennen en kan niet
voorbij aan de bewijskracht van de overeenkomst (m.a.w. men mag het geschrift
niet doen liegen), maar mag met getuigen en feitelijke vermoedens wel aantonen
dat wat contractueel werd bepaald, niet strookt met wat de partijen werkelijk
zijn overeengekomen.
4. Het arrest van het Hof van Justitie is mijns inziens
volledig inpasbaar in mijn analyse, zodat het arrest van het Hof van Justitie
geen aanleiding hoeft te zijn voor een Europeesrechtelijke herinterpretatie van
de Belgische rechtsregels inzake de toelaatbaarheid van zekere bewijsmiddelen.
Bij het beoordelen van een aanvraag voor een A1-formulier (vroeger gekend als
E101) zal de RSZ zijn oordeel niet alleen kunnen baseren op de geschreven
overeenkomst, maar ook op andere feitelijke elementen, waaruit dan vermoedens
kunnen worden afgeleid, ter bepaling van de werkelijke aard van de
arbeidssituatie.
Dat de RSZ en andere bevoegde organen verplicht zijn
rekening te houden met de feitelijke realiteit en zich met andere woorden niet
mogen verstoppen achter de schriftelijke overeenkomst, sluit dan weer aan bij
de Belgische rechtsleer die stelt dat de fiscus en de RSZ moeten
"belasten" op de werkelijke toestand, en niet op de gesimuleerde. De
fiscus en de RSZ kunnen dus geen beroep doen op artikel 1321 BW. Dit artikel
bepaalt dat een derde bij veinzing van een overeenkomst, mag voortgaan op deze
simulatie. De tegenbrief (de werkelijke overeenkomst) kan hem niet worden
tegengeworpen. Voor die bepaling zijn de fiscus en de RSZ dus geen derde.
Wednesday, 5 June 2013
Posting rules adapted
The Royal Decree dated 23.04.200 (Belgian Official Gazette 20.05.2008) changes article 2. 14° of the Royal Decree dated 09.06.1999, concerning the employment of foreign employees.
According to the old rules, a national of a third country can only be posted to Belgium without work permit, if he already worked 6 months for a company in another EU country. This is no longer necessary. A national of a third country can now be posted to Belgium from the first day of his employment at a company in another EU country.
In addition, the posted national of a third country had to have a residence permit in the sending EU country which was valid until at least to three months after the posting.
In this way, they wanted to be sure that the national of a third country could return to that EU country after posting.
This is also made more flexible: the national of a third country must now only during the posting itself have the right to stay in the sending EU country.
The residence permit in that EU country no longer need to transcend the posting.
Tuesday, 4 June 2013
Zaken doen in Bulgarije
Wij zijn een oost europees bedrijvencentrum die zich vooral
richt op de Belgische en Nederlandse markt. Wij richten uw Bulgaarse
vennootschap op en helpen u op weg bij het zakendoen. Tevens verhuren wij
domicilieadressen voor uw firma en verzorgen wij uw boekhouding.
Belgium Bulgarian Partners
BB Partners is a professional consulting company which constantly expands its services in the field of investment, consulting and doing business in Bulgaria and Belgium. We offer "out of the box" solutions and make sure that our services add value to our clients' business. The company has proved its efficiency in forming, coordinating and managing large investment projects by knowing in details the mechanism of the execution of every project. The high professionalism of our employees is what makes us competitive on the consultant services market.
You can learn more about our office and see a video tour of it here.
You can learn more about our office and see a video tour of it here.
Why Sofia is a good place for investments
Sofia is a
dynamic and modern European city.
There are
two million Bulgarians who live and work in the city.
As
administrative and political centre, the capital of Bulgaria is an open for
investments city, which will continue to grow and develop through the years to
come even faster.
The
strategic location, the developed infrastructure and the highly qualified work
labor are some of the motivating factors for investing in our capital.
There is
wide variaty of investment opportunities for the business to invest in with
guaranteed return.
Toeristische tips Sofia (Bulgarije)
Aleksander Nevski Memorial Church: De Christelijk-Orthodoxe
Kathedraal is de grootste van de gehele Balkan en is uniek in zijn pracht en
praal. De kathedraal is tussen 1882 en 1912 gebouwd als dank van de Bulgaarse
bevolking aan Rusland dat strijdde voor de onafhankelijkheid van Bulgarije tov
Turkije. Dagelijks open van 7.00 tot 18.00. Vrije toegang.
St Nikolai Russian Church: Kerkje in Russische stijl met
zijn 5 gouden bolletjes.. Binnen zijn er mooie muurschilderingen.
Kerken met overvloed in Sofia: de kerk van St George, de
Sveta Nedelya Kathedraal, de kerk van St Sofia,...
Verder zijn de synagoge, de minerale baden, het Borisova
park en het Natuurhistorisch museum (voor de natuurliefhebber) ook de moeite
waard.
Sunday, 2 June 2013
België op één na meest corrupte land van West-Europa
BERLIJN (reuter/afp) - Na Italië is België het meest
corrupte land in West-Europa. Dat blijkt uit een lijst die de
anti-corruptieorganisatie Transparency International (TI) donderdag heeft
gepubliceerd. Nigeria, Bolivië, Colombia en Rusland zijn de meest corrupte, de
Scandinavische landen de minst corrupte landen ter wereld. België staat pas
26ste op de lijst van de minst corrupte landen en laat ook Griekenland (25ste)
en Spanje (24ste) voorgaan.
TI is in Berlijn gevestigd en is een organisatie die bestaat
uit een dozijn economisten, universitairen en specialisten in opiniepeilingen,
hoofdzakelijk uit Duitsland en de VS. De lijst geeft weer hoe zakenmensen,
politieke analisten en de publieke opinie denken over de graad van corruptie in
hun land. Slechts 52 landen gaven voldoende gegevens vrij, zodat het lang niet
zeker is dat Nigeria het meest corrupte land ter wereld is.
Volgens TI is corruptie niet alleen een fenomeen van Derde
Wereldlanden. De organisatie verwijst bijvoorbeeld naar België om deze stelling
te staven. Kijk maar eens hoe België het afgelopen jaar in het nieuws is
geweest met allerlei corruptieschandalen. Corruptie is in België één van de
belangrijkste bekommernissen geworden in de publieke opinie, stelt
TI-voorzitter en gewezen directeur van de Wereldbank Peter Eigen.
Singapore daarentegen is veel minder corrupt. Het is het
negende minst corrupte land van de 52 onderzochte staten, voegt Eigen er aan
toe. Eigen verwijst naar deze stad-staat om aan te tonen dat de link tussen
democratie en de graad van corruptie niet altijd even duidelijk is.
Op een schaal van 0 tot 10 - van meest tot minst corrupt -
haalde Nigeria een score van 1,76, waarmee het net als vorig jaar de lijst
aanvoert. Bolivië en Colombia volgen met een score van respectievelijk 2,05 en
2,23. Rusland, Pakistan, Mexico, Indonesië, India, Venezuela en Vietnam
vervolledigen in die volgorde de top-10.
De Scandinavische landen zijn het meest corruptievrij.
Denemarken is daarbij koploper met 9,94, gevolgd door Finland (9,48) en Zweden
(9,34). Nieuw-Zeeland viel van de eerste plaats terug naar de vierde met een
score van 9,23. Canada, Nederland, Noorwegen, Australië, Singapore en Luxemburg
bezetten de plaatsen van vijf tot tien.
Volgens TI wakkeren westerse multinationals de corruptie in
Derde Wereldlanden aan. Zij aarzelen niet om smeergeld te betalen om bepaalde
contracten binnen te rijven. Ook sommige westerse landen zoals Duitsland doen
daar aan mee. Ze laten bedrijven toe smeergeld aan buitenlandse bedrijven te
laten registreren als nuttige uitgaven die kunnen worden afgetrokken van de
belastingen.
Production & Copyright © Tijdnet
Saturday, 1 June 2013
Toeristische tip voor als u in Sofia bent: de dierentuin
Een zeer leuk uitje kun je maken naar de dierentuin van
Sofia. De zoo werd geopend in 1888 en is daarmee de oudste dierentuin van Bulgarije.
De dierentuin beslaat maar liefst 230 duizend vierkante meter en herbergt
allerlei verschillende diersoorten waaronder een aantal bedreigde en lokale
dieren.
Serdica en nu Sofia...
Men gaat ervan uit dat Bulgarije al ver voor Christus (zo’n
50.000 tot 100.000 jaar) werd bewoond door de Serden. Zij noemden de plaats
Serdica. Vermoedelijk leefden zij tot en met 29 voor Christus op de plaats
totdat het in handen kwam van de Romeinen.
De stad kreeg haar huidige naam toen de Slavische Bulgaren
de stad in handen kregen. In 1376 doopten ze de stad officieel om tot Sofia,
vernoemd naar de Sveti Sofiakerk. In 1382 werd de stad onder de Turken bij het
Ottomaanse Rijk gevoegd. De Turkse bezetting zou bijna 500 jaar duren. In deze
jaren groeide Sofia uit tot een aanzienlijk handelscentrum.
In 1878 bevrijdden de Russen Sofia van de Turken. Bulgarije
werd tot 1908 Prinsdom van Bulgarije en daarna Vorstendom van Bulgarije. Toen de
Tweede Wereldoorlog uitbrak, steunden de Bulgaren de nazi’s. Daarom werd Sofia
gebombardeerd door de geallieerden. Er was veel schade en diverse monumentale
panden werden verwoest. Na de oorlog werd het land bezet door de Sovjet Unie en
werd het een communistische staat. Pas in 1990 verdween het communisme uit
Bulgarije en uit Sofia.
Werkloosheid in Bulgarije
De werkloosheid in Bulgarije is betrekkelijk hoog, gemiddeld
is 10% van de beroepsbevolking werkloos (2012). In de hoofdstad Sofia is dit
percentage het laagst, daar is ongeveer 6% van de bevolking werkloos. In
gebieden op het platteland loopt dit percentage op tot boven de 30. De gevolgen
daarvan zijn merkbaar in alle geledingen van de bevolking. In het
werkloosheidscijfer is zelfs de correctie voor seizoenarbeid al meegenomen, in
de winter is het aantal werklozen dus aanmerkelijk hoger. Een neveneffect ervan
is dat veel plattelandsgemeenten ontvolkt dreigen te raken vanwege de trek naar
de grote stad. Daardoor staan veel huizen op het platteland leeg en liggen veel
akkers met vruchtbare grond er verwaarloosd bij.
10 mooie zinnen - quotes over belasting betalen

- Belastingverlaging is als een UFO: iedereen spreekt erover, maar niemand heeft het gezien - Hendrik Bogaert, Belgisch politicus.
- Er is maar één ding erger dan vermogensbelasting te moeten betalen en dat is géén vermogensbelasting te moeten betalen - Thomas R. Dewar, Schots zakenman.
- Weinig alcohol gebruiken is ook een vorm van belastingontduiking - Kris Jan Jacobs, Belgisch kunstenaar.
- De invoering van de inkomstenbelasting heeft meer criminelen gecreëerd dan welke wet ook – Barry Goldwater, Amerikaans politicus.
- Als er vermakelijkheidsbelasting op het feminisme werd geheven dan waren we van al onze economische problemen af - Gerrit Komrij, Nederlands schrijver en dichter.
- Voor het invullen van een belastingformulier moet men filosoof zijn, dat is voor een wiskundige veel te moeilijk - Albert Einstein, Duits wetenschapper.
- Investeer je spaargeld in belastingen. Die stijgen altijd - auteur onbekend.
- Denken is één van de weinige dingen waar niemand ooit belasting over heeft kunnen heffen - Charles Kettering, Amerikaans uitvinder.
- Iemand is volwassen als hij begint te zeuren over de belastingen - Russel Baker, Amerikaans journalist.
- Op deze wereld is niets zeker. Behalve de dood en de belastingen - Benjamin Franklin, Amerikaans politicus.
Terugkeer naar België of verhuizing naar een ander land
Als u definitief terugkeert naar België of verhuist naar een ander land
(waarvoor een andere diplomatieke of consulaire post bevoegd is), hebt u er
alle belang bij uw vertrek vooraf te melden bij het Consulaat of de Ambassade.
Dit moet bij voorkeur schriftelijk gebeuren.
Desgewenst kan de Ambassade of het Consulaat u een attest van
inschrijving afgeven betreffende uw verblijf in haar ambtsgebied en met
vermelding van de datum van vertrek. Bij een terugkeer naar België kan de
gemeente de voorlegging van dit attest vragen om u in te schrijven. U moet zich
in principe binnen de 8 werkdagen na aankomst in België aanmelden bij de
gemeente.
Uw gegevens in het Rijksregister zullen bijgewerkt worden door de Belgische
gemeente (bij terugkeer naar België) of door de nieuwe Belgische diplomatieke
of consulaire post van inschrijving (bij verhuizing naar een ander land).
Vestiging van hoofdverblijfplaats in het buitenland (voor Belgen)
In principe moet elke Belg die zijn hoofdverblijfplaats in het
buitenland wil vestigen, hiervan ten laatste de dag vóór zijn vertrek aangifte
doen bij het gemeentebestuur van zijn woonplaats. Hij ontvangt dan een bewijs
van schrapping uit de bevolkingsregisters "model 8".
Op basis van dit "model 8", uw Belgische identiteitskaart en een bewijs dat u zich in het buitenland gevestigd heeft (kopie verblijfsvergunning, attest van woonst van lokale autoriteiten, ...) kunt u zich vervolgens laten inschrijven op de Belgische ambassade of het Belgische consulaat dat bevoegd is voor uw nieuwe woonplaats. U neemt best vooraf contact op met de Ambassade of het Consulaat om na te gaan welke documenten u moet voorleggen om u er te laten inschrijven.
Op basis van dit "model 8", uw Belgische identiteitskaart en een bewijs dat u zich in het buitenland gevestigd heeft (kopie verblijfsvergunning, attest van woonst van lokale autoriteiten, ...) kunt u zich vervolgens laten inschrijven op de Belgische ambassade of het Belgische consulaat dat bevoegd is voor uw nieuwe woonplaats. U neemt best vooraf contact op met de Ambassade of het Consulaat om na te gaan welke documenten u moet voorleggen om u er te laten inschrijven.
Opgepast: hoewel de inschrijving op een ambassade of consulaat niet
verplicht is, valt ze wel aan te raden om praktische redenen: mogelijkheid tot
afgifte van een identiteitskaart of consulaire attesten (bijv. attesten van
woonst, nationaliteit, ...), efficiëntere consulaire bijstand in geval van
nood, gemakkelijkere afgifte van reispaspoorten, enz.
Behoud van hoofdverblijfplaats
in België
Indien u nog niet zeker bent dat u definitief in het buitenland blijft,
kunt u ook verder ingeschreven blijven in de Belgische bevolkingsregisters als
"tijdelijk afwezig". Uw tijdelijke afwezigheid uit uw woonplaats in
België moet wel voordien aan de gemeente gemeld worden.
OPGEPAST: dit is enkel mogelijk voor personen die voor een maximale duur
van één jaar en om beroepsredenen, een specifieke arbeid of missie in het
buitenland uitvoeren, of voor personen die voor minder dan één jaar in het
buitenland verblijven wegens studie- of zakenreizen, wegens hun gezondheid of
voor toerisme of een vakantieverblijf. Na één jaar moet u dan een definitieve
keuze maken: ofwel terugkeren naar België en ingeschreven blijven in uw
gemeente, ofwel u definitief in het buitenland vestigen en u laten schrappen
uit de bevolkingsregisters van de gemeente.
Ook personen die om studieredenen in het buitenland verblijven, kunnen als "tijdelijk afwezig" in de Belgische bevolkingsregisters ingeschreven blijven, voor zover zij er nog over een werkelijk adres beschikken (bijv. woning van het gezin) en zij nog ten laste zijn van het gezin in België. Hier is de duur van de "tijdelijke afwezigheid" onbeperkt.
Als "tijdelijk afwezige" zult u wellicht nog grotendeels in België belast worden.
Ook personen die om studieredenen in het buitenland verblijven, kunnen als "tijdelijk afwezig" in de Belgische bevolkingsregisters ingeschreven blijven, voor zover zij er nog over een werkelijk adres beschikken (bijv. woning van het gezin) en zij nog ten laste zijn van het gezin in België. Hier is de duur van de "tijdelijke afwezigheid" onbeperkt.
Als "tijdelijk afwezige" zult u wellicht nog grotendeels in België belast worden.
Fiscale
gevolgen
Voor details in verband met de fiscale gevolgen van een schrapping uit
de Belgische bevolkingsregisters, raad ik u aan contact op te nemen met uw
belastingkantoor of met de Federale Overheidsdienst Financiën:
Administratie van Fiscale Zaken
North Galaxy
Koning Albert II- laan 33, bus 22
1030 Brussel,
tel.: 0257 629 17, internationaal: +32 257 629 17
fax: 0257 966 56, internationaal: +32 257 966 56
e-mail: info.afzaaf@minfin.fed.be
Koning Albert II- laan 33, bus 22
1030 Brussel,
tel.: 0257 629 17, internationaal: +32 257 629 17
fax: 0257 966 56, internationaal: +32 257 966 56
e-mail: info.afzaaf@minfin.fed.be
Verblijfsvoorwaarden
Voor inlichtingen in verband met de verblijfsvoorwaarden voor Belgen in
het buitenland (verblijfsvergunning, werkvergunning, ...) kunt u het best
contact opnemen met de ambassadevan het land van verblijf in Brussel.
Sociale zekerheid
Op het vlak van de sociale zekerheid kan een verhuis naar het buitenland
ook bepaalde gevolgen hebben (bepaalde uitkeringen kunnen vervallen, de
betalingsmodaliteiten kunnen veranderen, …). Voor informatie hierover wendt u
zich best tot de betrokken diensten in België (uw ziekenfonds, de RVA, de
Rijksdienst voor Pensioenen, ...) of tot de Federale Overheidsdienst Sociale
Zekerheid:
Administratief Centrum Kruidtuin
Finance Tower
Kruidtuinlaan 50, bus 1
1000 Brussel
tel. 02/528.60.11
e-mail: social.security@minsoc.fed.be
Finance Tower
Kruidtuinlaan 50, bus 1
1000 Brussel
tel. 02/528.60.11
e-mail: social.security@minsoc.fed.be
Voor gegevens over de plaatselijke sociale
voorzieningen voor buitenlanders in uw nieuwe land van verblijf kunt u contact opnemen
met de ambassade van dat land.
Andere vragen
Verdere informatie betreffende wonen in het buitenland kunt u
terugvinden op de Federale Portaalsite.
Subscribe to:
Posts (Atom)