Thursday, 6 June 2013

Payrolling

Bij payrolling geeft een bedrijf de verantwoordelijkheid voor zijn werkgeverschap uit handen en komt het personeel in dienst van een salariëringsbedrijf.
Zo'n bedrijf besteedt juridische en administratieve aangelegenheden zoals de salarisadministratie, afdracht van sociale premies en bijvoorbeeld pensioenen uit aan een payrollonderneming. Personeel dat volgens een payrollconstructie betaald krijgt kan geen beroep doen op de afspraken uit de collectieve arbeidsovereenkomst (cao) van de betreffende bedrijfstak.
Het verschil tussen een payrol-firma en een uitzendbureau is dat in geval van payrolling het inlenende bedrijf de werknemer zelf werft en dat de terbeschikkingstelling door het payrollbedrijf veelal voor onbepaalde tijd is.
Kleinere uitzendbureaus maken zelf ook wel gebruik van payrolling door hun geplaatste werknemers bij een payrollonderneming onder te brengen. Dit heet ook wel back office service.
Payrolling is een groeiend fenomeen in Nederland, vooral in de horecasector. Er is een aantal grote aanbieders actief, maar door de groter wordende vraag zijn ook steeds meer kleinere aanbieders op de payroll-markt actief.
Naast personeel en uitzendbureaus is payrolling ook geschikt voor freelancers, die geen verklaring arbeidsrelatie (VAR) hebben. De payrollondernemingen nemen de freelancers in dienst en verzorgen de facturatie aan de opdrachtgever en de salarisadministratie. De freelancer behoudt zo de vrijheden van het ondernemen maar heeft tevens de zekerheden van loondienst met de daarbij behorende sociale regelingen.
Agentschap NL, een overheidinstelling, maakt gebruik van payrolling. Minister Kamp (Sociale Zaken en Werkgelegenheid) heeft de Stichting van de Arbeid gevraagd hoe wordt aangekeken tegen de ontwikkeling van payrolling, mede in het licht van de gevolgen voor werknemers als het gaat om ontslag. Hij heeft de Stichting verzocht hem daarover zo mogelijk in september 2011 te berichten. Vervolgens zal hij de Tweede Kamer inlichten over zijn bevindingen ter zake, en ook ingaan op het beleid ten aanzien van de inhuur van payrollmedewerkers bij de rijksoverheid.
In 2011 hebben de vakbonden, het FNV, CNV en De Unie payrolling via VPO CAO in de ban gedaan. Gezamenlijk hebben zij de CAO VPO opgezegd. Volgens de vakbonden werd de constructie voornamelijk gebruikt door werkgevers om contracten te bieden die slechter zijn dan de geldende cao's.
Sinds 1 januari 2012 is op de arbeidsovereenkomsten tussen payrollondernemingen en payrollkrachten de Collectieve arbeidsovereenkomst voor Uitzendkrachten van toepassing geworden. Enkele grotere payrollbedrijven hebben een eigen CAO en kregen een ontheffing.

Er is discussie over de meerwaarde welke de payrollingconstructie zou hebben voor verschillende bedrijven. Met name voor kleine ondernemingen waar slechts een gering aantal medewerkers werkzaam zijn en geen professionele HR-afdeling beschikbaar is, wordt payrolling ingezet als dienstverlening ter ontzorging en professionalisering van het werkgeverschap. Hier ligt de prioriteit juist vaak op het verbeteren van de arbeidsvoorwaarden en het correct naleven van alle wet- en regelgeving, een taak waar de eigenaar/ondernemer onvoldoende tijd en kennis voor beschikbaar heeft.

Nigel Farage about Bulgaria and Romania

Detacheren

Detacheren is een werknemer voor een bepaalde tijd uitlenen aan een andere werkgever, waarbij de arbeidsovereenkomst met de (oude) werkgever wordt gehandhaafd en de inlener als regel een vergoeding aan de oude werkgever betaalt. 
Detacheren kan via een uitzendbureau, maar er zijn ook gespecialiseerde detacheringsbureaus. Detacheren betekent letterlijk losmaken van, het woord komt uit het Engels 'to detach'. Gedetacheerden 'verhuurt' men meestal voor langere periode, de periode kan enkele maanden zijn maar ook een paar jaar. Het arbeidscontract van de werknemer geldt voor de duur van het project. Soms treedt de werknemer volledig in dienst treedt bij het detacheringsbureau. De werknemer werkt dan bij verschillende projecten. Detacheren geeft meer zekerheid dan uitzenden, men kan de werknemer kan niet zomaar ontslaan en als er geen werk beschikbaar is, krijg de werknemer (meestal) doorbetaald. Gedetacheerden zijn vaak hoog opgeleide of gespecialiseerde arbeidskrachten. 
Vooral in de IT-sector maken bedrijven veel gebruik van gedetacheerd personeel. Maar ook bijvoorbeeld opleiders, salarisadministrateurs en monteurs zijn beroepsuitoefenaren die men regelmatig detacheert. 

Hof van Justitie verkiest werkelijke situatie boven schriftelijke bedingen bij de toepassing van de detacheringsregels uit de Coordinatieverordening

door K. Nevens

1. Een Poolse beroepsrechter werd geconfronteerd met een geval van grensoverschrijdende tewerkstelling, waarbij een Poolse werknemer tot driemaal toe door een Poolse onderneming naar het buitenland werd gezonden om arbeid te verrichten, telkenmale op basis van een arbeidsovereenkomst van bepaalde duur. De Poolse onderneming voerde in eigen land geen opdrachten uit.

Omdat de schriftelijke arbeidsovereenkomst bepaalde dat de werknemer zou werken "op bouwplaatsen in Polen en op het grondgebied van de Europese Unie (Ierland, Frankrijk, Groot-Brittannië, Duitsland, Finland), volgens de instructies van de werkgever” had de bevoegde Poolse instelling van sociale zekerheid (de ZUS), voor de eerste twee tewerkstellingen een E101-formulier afgeleverd op basis van het toen geldende artikel 14, lid 2, sub b, van de coördinatieverordening nr. 1408/71. Volgens deze bepaling is bij tewerkstelling in meerdere lidstaten de volgende socialezekerheidswetgeving van toepassing:
"i) de wetgeving van de lidstaat op het grondgebied waarvan zij wonen, indien zij een deel van hun werkzaamheden op dit grondgebied uitoefenen of indien zij verbonden zijn aan meer dan één onderneming of meer dan één werkgever die hun zetel of domicilie op het grondgebied van verschillende lidstaten hebben;
ii) de wetgeving van de lidstaat op het grondgebied waarvan de zetel van de onderneming of het domicilie van de werkgever waarbij zij werkzaam zijn, zich bevindt, indien zij niet wonen op het grondgebied van een der staten waar zij hun werkzaamheden uitoefenen".
Met betrekking tot de derde tewerkstelling veranderde de ZUS echter het geweer van schouder. Een aanvraag voor een E10-formulier werd geweigerd omdat met betrekking tot de vorige tewerkstellingen was gebleken dat de werknemer steeds in één lidstaat buiten Polen werkzaam was. De feitelijke uitvoering van de arbeidsovereenkomst strookte met andere woorden niet met de schriftelijke bedingen ervan.

De Poolse rechter in eerste aanleg gaf de ZUS gelijk. Van tewerkstelling in meerdere lidstaten was er ook volgens hem geen sprake. Hij ging echter nog een stap verder en oordeelde ook dat er helemaal geen sprake was van een detachering in de zin van artikel 14, lid 1 van de oude coördinatieverordening. De Poolse rechter kwam tot dit besluit omdat de Poolse onderneming geen activiteiten uitoefende in Polen. De economische activiteit was met andere woorden volledig gericht op andere lidstaten. De Poolse rechter stelde zodoende impliciet aan de kaak dat de onderneming slechts een postbusfirma was. Het gevolg van deze beslissing was dat de werknemer onderworpen zou moeten worden aan de socialezekerheidswetgeving van de plaats van gewoonlijke tewerkstelling (in casu Frankrijk en Finland).

Tegen de beslissing van de rechter in eerste aanleg werd zowel door de werkgever als door de werknemer beroep aangetekend. De werkgever voerde aan dat de vereiste van gelijktijdigheid van tewerkstellingen niet wordt gesteld in artikel 14, lid 2. De werknemer voegde daar aan toe dat hij wel degelijk in meerdere landen had gewerkt, met name in het kader van verschillende opeenvolgende arbeidsovereenkomsten van bepaalde duur.

De beroepsrechter vroeg opheldering aan het Hof van Justitie.

2. Het Hof van Justitie wijst er eerst en vooral op dat de Poolse rechter er terecht van uit ging dat er geen sprake is van detachering in de zin van artikel 14, lid 1 omdat de Poolse onderneming Format doorgaans geen werkzaamheden van betekenis verrichtte in Polen, haar lidstaat van vestiging. Het Hof zet in de verf dat dit een juiste toepassing en interpretatie is van die bepaling, en voegt er verder aan toe dat deze feitelijke vaststelling van de Poolse rechter niet werd betwist voor het Hof. Kortom, uit het arrest valt niet zoveel lering te trekken wat betreft het fenomeen van de postbusfirma's.

Ten tweede zegt het Hof zonder veel omwegen dat voor de toepassing van artikel 14, lid 2 een werknemer werkzaamheden moet plegen uit te oefenen op het grondgebied van twee of meer lidstaten. Wanneer een werknemer gewoonlijk werkzaamheden in loondienst verricht op het grondgebied van één lidstaat, kan hij dus niet onder de werkingssfeer van het voornoemde artikel vallen.

Ten derde zet het Hof in de verf dat de instelling bevoegd voor het afleveren van E10-formulieren zorgvuldig de (verwachte) arbeidssituatie moet analyseren. Het Hof erkent hierbij dat de schriftelijke (arbeids)overeenkomst die bij de aanvang van de arbeidsrelatie worden opgesteld, in de praktijk van bijzonder belang kunnen zijn, maar voegt er wel het volgende aan toe:
"voor zover de bewoordingen van die documenten evenwel overeenkomen met de betrokken te verwachten werkzaamheden op het ogenblik van de aanvraag van de E 101-verklaring of, in voorkomend geval, de vóór of na een dergelijke aanvraag daadwerkelijk uitgeoefende werkzaamheden."
Bij de beoordeling van de feiten voor de vaststelling van de toepasselijke socialezekerheidswetgeving in het kader van de afgifte van een E101-verklaring (nu A1), kan het betrokken orgaan in voorkomend geval dus, behalve met de bewoordingen van de contractdocumenten, rekening houden met diverse factoren, zoals de wijze waarop overeenkomsten tussen de betrokken werkgever en werknemer voorheen werden uitgevoerd, de omstandigheden waarin deze overeenkomsten zijn gesloten en, meer algemeen, de kenmerken en uitvoeringswijzen van de door de betrokken onderneming verrichte werkzaamheden, voor zover die factoren licht kunnen werpen op de werkelijke aard van de werkzaamheden in kwestie.

Het Hof haakt dit vast aan de verplichting tot juiste toepassing van de verordening door het bevoegde orgaan van de lidstaat. Dit orgaan moet zich, niettegenstaande de bewoordingen van de contractdocumenten, baseren op de werkelijke situatie van de werknemer. Dit alles brengt het Hof uiteindelijk tot de conclusie dat de ZUS en de Poolse rechter in eerste aanleg het bij het juiste eind hadden. Het Hof zegt:
"uit de niet-betwiste inlichtingen die aan het Hof zijn verstrekt door de verwijzende rechter, Format en ZUS, (blijkt dat ) Kita op basis van de betreffende overeenkomsten op permanente basis werkzaamheden (verrichtte) gedurende meerdere maanden of meer dan tien maanden op het grondgebied van één lidstaat, te weten Frankrijk. Voorts werkte Kita in het kader van de volgende overeenkomst, die hij opnieuw voor bepaalde duur met Format sloot, enkel op Fins grondgebied. Blijkens de stukken kreeg Kita in de context van alledrie de overeenkomsten na beëindiging van de werkzaamheden onbetaald verlof, waarna de betrokken overeenkomst in onderlinge overeenstemming voortijdig werd beëindigd.
In die omstandigheden kan (...) niet worden geoordeeld dat een werknemer in de situatie van Kita onder het begrip „degene die op het grondgebied van twee of meer lidstaten werkzaamheden in loondienst pleegt uit te oefenen” in de zin van artikel 14, lid 2, van verordening nr. 1408/71 kan vallen."
Ook het beschikkend gedeelte is kristalhelder:
"een persoon die in het kader van opeenvolgende arbeidsovereenkomsten die het grondgebied van meerdere lidstaten als plaats van de werkzaamheden vermelden, feitelijk voor de duur van elke overeenkomst telkens slechts op het grondgebied van een van die staten werkt, (kan) niet onder het begrip „degene die op het grondgebied van twee of meer lidstaten werkzaamheden in loondienst pleegt uit te oefenen” in de zin van die bepaling (...) vallen."
 3. De beschouwingen die het Hof wijdt aan de verhouding tussen schriftelijke documenten en de feitelijke uitvoering van de arbeidsovereenkomst, doen meteen denken aan de discussies die daaromtrent werden en worden gevoerd bij het bepalen van de juridische aard van een arbeidsrelatie.

Het is geweten dat de Belgische arbeidsgerechten tot aan de zogeheten kwalificatiearresten van het Hof van Cassatie ook voorrang gaven aan de feitelijke uitvoering. De kwalificatiearresten werden door een meerderheid van de rechtsleer opgevat als een restauratie van de wil der partijen, en daarmee gepaard gaande een herwaardering van de schriftelijke arbeidsovereenkomst. Sommige auteurs zijn dan ook de mening toegedaan dat de kwalificatiearresten, en de Arbeidsrelatiewet die deze arresten codificeerde, afbreuk doen aan het 'primacy of fact'-beginsel zoals dat wordt gehuldigd in IAO-aanbeveling nr. 198 inzake de arbeidsrelatie.

In mijn doctoraal proefschrift keerde ik mij tegen de hierboven vermelde analyse van de kwalificatiearresten. Ik wees er meer bepaald op dat deze arresten in essentie slechts de bewijslastregels in herinnering brengen. Kortom, het bewijs van een gezagsverhouding moet worden geleverd op basis van deugdelijke elementen, en niet op basis van indiciën van economische afhankelijkheid. Enkel indien dit bewijs is geleverd, kan de rechter voorbijgaan aan het kwalificatieoordeel van de partijen. Dit kwalificatieoordeel wordt wel vaker in de schriftelijke overeenkomst opgenomen, maar valt geenszins te vereenzelvigen met de gehele overeenkomst, dat tal van andere bedingen kan bevatten die de rechten en verplichtingen van de contractspartijen concretiseren.In de kwalificatiearresten zegt het Hof van Cassatie dus niet dat alleen schriftelijke bedingen als bewijs van gezag kunnen gelden. De vraag naar de toelaatbaarheid van zekere bewijsmiddelen was immers niet aan de orde in de kwalificatiearresten.

Voorts mag niet uit het oog worden verloren dat wanneer het Hof het heeft over de partijenkwalificatie, dat het dan gaat om het kwalificatieoordeel van de partijen, en niet om de werkelijke wil van de partijen die overeenkomstig artikel 1134BW de partijen tot wet strekt. In vooraanstaande verbintenisrechtelijke rechtsleer wordt zeer duidelijk het onderscheid gemaakt tussen werkelijke wil, uitgedrukte wil en partijenkwalificatie. De werkelijke wil is maatgevend, de uitgedrukte wil is wat partijen al dan niet onbeholpen op papier hebben gezet om die werkelijke wil tot uiting te brengen, en de partijenkwalificatie is de juridische kwalificatie die de partijen denken dat aan hun werkelijke wilsuiting moet worden toegedicht. Blijkbaar valt het velen, met inbegrip van de wetgever, bijzonder lastig om dit onderscheid te zien en te maken, en worden werkelijke wil, uitgedrukte wil en partijenkwalificatie om de haverklap met elkaar verward.

In mijn doctoraal proefschrift voegde ik aan deze analyse nog toe dat in arbeidsrechtelijke geschillen het geschrift een wettelijke bewijswaarde heeft (art. 1341BW) waaraan niet zomaar kan worden getornd. Dit wordt in de rechtspraktijk vaak over het hoofd gezien, maar stoort zelden, omdat het voornoemde artikel toch niet van openbare orde is. Bewijs door getuigen en vermoedens kan uiteraard dienstig zijn om de bedingen van de geschreven overeenkomst te interpreteren, maar niet om bewijs tegen of boven de geschreven akte aan te nemen. In socialezekerheidsgeschillen is het echter anders. Een instelling van sociale zekerheid kan - als derde - de juiste aard van de arbeidsrelatie bewijzen aan de hand van alle mogelijke bewijsmiddelen. Een derde moet enkel het bestaan van de overeenkomst erkennen en kan niet voorbij aan de bewijskracht van de overeenkomst (m.a.w. men mag het geschrift niet doen liegen), maar mag met getuigen en feitelijke vermoedens wel aantonen dat wat contractueel werd bepaald, niet strookt met wat de partijen werkelijk zijn overeengekomen.

4. Het arrest van het Hof van Justitie is mijns inziens volledig inpasbaar in mijn analyse, zodat het arrest van het Hof van Justitie geen aanleiding hoeft te zijn voor een Europeesrechtelijke herinterpretatie van de Belgische rechtsregels inzake de toelaatbaarheid van zekere bewijsmiddelen. Bij het beoordelen van een aanvraag voor een A1-formulier (vroeger gekend als E101) zal de RSZ zijn oordeel niet alleen kunnen baseren op de geschreven overeenkomst, maar ook op andere feitelijke elementen, waaruit dan vermoedens kunnen worden afgeleid, ter bepaling van de werkelijke aard van de arbeidssituatie.


Dat de RSZ en andere bevoegde organen verplicht zijn rekening te houden met de feitelijke realiteit en zich met andere woorden niet mogen verstoppen achter de schriftelijke overeenkomst, sluit dan weer aan bij de Belgische rechtsleer die stelt dat de fiscus en de RSZ moeten "belasten" op de werkelijke toestand, en niet op de gesimuleerde. De fiscus en de RSZ kunnen dus geen beroep doen op artikel 1321 BW. Dit artikel bepaalt dat een derde bij veinzing van een overeenkomst, mag voortgaan op deze simulatie. De tegenbrief (de werkelijke overeenkomst) kan hem niet worden tegengeworpen. Voor die bepaling zijn de fiscus en de RSZ dus geen derde.

Wednesday, 5 June 2013

Posting rules adapted

The Royal Decree dated 23.04.200 (Belgian Official Gazette 20.05.2008) changes article 2. 14° of the Royal Decree dated 09.06.1999, concerning the employment of foreign employees.
According to the old rules, a national of a third country can only be posted to Belgium without work permit, if he already worked 6 months for a company in another EU country. This is no longer necessary. A national of a third country can now be posted to Belgium from the first day of his employment at a company in another EU country.
In addition, the posted national of a third country had to have a residence permit in the sending EU country which was valid until at least to three months after the posting.
In this way, they wanted to be sure that the national of a third country could return to that EU country after posting.
This is also made more flexible: the national of a third country must now only during the posting itself have the right to stay in the sending EU country.
The residence permit in that EU country no longer need to transcend the posting.

Tuesday, 4 June 2013

Zaken doen in Bulgarije

Wij zijn een oost europees bedrijvencentrum die zich vooral richt op de Belgische en Nederlandse markt. Wij richten uw Bulgaarse vennootschap op en helpen u op weg bij het zakendoen. Tevens verhuren wij domicilieadressen voor uw firma en verzorgen wij uw boekhouding.

Belgium Bulgarian Partners

BB Partners is a professional consulting company which constantly expands its services in the field of investment, consulting and doing business in Bulgaria and Belgium. We offer "out of the box" solutions and make sure that our services add value to our clients' business. The company has proved its efficiency in forming, coordinating and managing large investment projects by knowing in details the mechanism of the execution of every project. The high professionalism of our employees is what makes us competitive on the consultant services market.
You can learn more about our office and see a video tour of it here.

Why Sofia is a good place for investments

Sofia is a dynamic and modern European city.

There are two million Bulgarians who live and work in the city.

As administrative and political centre, the capital of Bulgaria is an open for investments city, which will continue to grow and develop through the years to come even faster.

The strategic location, the developed infrastructure and the highly qualified work labor are some of the motivating factors for investing in our capital.


There is wide variaty of investment opportunities for the business to invest in with guaranteed return.

Toeristische tips Sofia (Bulgarije)

Aleksander Nevski Memorial Church: De Christelijk-Orthodoxe Kathedraal is de grootste van de gehele Balkan en is uniek in zijn pracht en praal. De kathedraal is tussen 1882 en 1912 gebouwd als dank van de Bulgaarse bevolking aan Rusland dat strijdde voor de onafhankelijkheid van Bulgarije tov Turkije. Dagelijks open van 7.00 tot 18.00. Vrije toegang.

St Nikolai Russian Church: Kerkje in Russische stijl met zijn 5 gouden bolletjes.. Binnen zijn er mooie muurschilderingen. 

Kerken met overvloed in Sofia: de kerk van St George, de Sveta Nedelya Kathedraal, de kerk van St Sofia,...


Verder zijn de synagoge, de minerale baden, het Borisova park en het Natuurhistorisch museum (voor de natuurliefhebber) ook de moeite waard.

Sunday, 2 June 2013

24 wonders of Bulgaria

België op één na meest corrupte land van West-Europa


BERLIJN (reuter/afp) - Na Italië is België het meest corrupte land in West-Europa. Dat blijkt uit een lijst die de anti-corruptieorganisatie Transparency International (TI) donderdag heeft gepubliceerd. Nigeria, Bolivië, Colombia en Rusland zijn de meest corrupte, de Scandinavische landen de minst corrupte landen ter wereld. België staat pas 26ste op de lijst van de minst corrupte landen en laat ook Griekenland (25ste) en Spanje (24ste) voorgaan.
TI is in Berlijn gevestigd en is een organisatie die bestaat uit een dozijn economisten, universitairen en specialisten in opiniepeilingen, hoofdzakelijk uit Duitsland en de VS. De lijst geeft weer hoe zakenmensen, politieke analisten en de publieke opinie denken over de graad van corruptie in hun land. Slechts 52 landen gaven voldoende gegevens vrij, zodat het lang niet zeker is dat Nigeria het meest corrupte land ter wereld is.
Volgens TI is corruptie niet alleen een fenomeen van Derde Wereldlanden. De organisatie verwijst bijvoorbeeld naar België om deze stelling te staven. Kijk maar eens hoe België het afgelopen jaar in het nieuws is geweest met allerlei corruptieschandalen. Corruptie is in België één van de belangrijkste bekommernissen geworden in de publieke opinie, stelt TI-voorzitter en gewezen directeur van de Wereldbank Peter Eigen.
Singapore daarentegen is veel minder corrupt. Het is het negende minst corrupte land van de 52 onderzochte staten, voegt Eigen er aan toe. Eigen verwijst naar deze stad-staat om aan te tonen dat de link tussen democratie en de graad van corruptie niet altijd even duidelijk is.
Op een schaal van 0 tot 10 - van meest tot minst corrupt - haalde Nigeria een score van 1,76, waarmee het net als vorig jaar de lijst aanvoert. Bolivië en Colombia volgen met een score van respectievelijk 2,05 en 2,23. Rusland, Pakistan, Mexico, Indonesië, India, Venezuela en Vietnam vervolledigen in die volgorde de top-10.
De Scandinavische landen zijn het meest corruptievrij. Denemarken is daarbij koploper met 9,94, gevolgd door Finland (9,48) en Zweden (9,34). Nieuw-Zeeland viel van de eerste plaats terug naar de vierde met een score van 9,23. Canada, Nederland, Noorwegen, Australië, Singapore en Luxemburg bezetten de plaatsen van vijf tot tien.
Volgens TI wakkeren westerse multinationals de corruptie in Derde Wereldlanden aan. Zij aarzelen niet om smeergeld te betalen om bepaalde contracten binnen te rijven. Ook sommige westerse landen zoals Duitsland doen daar aan mee. Ze laten bedrijven toe smeergeld aan buitenlandse bedrijven te laten registreren als nuttige uitgaven die kunnen worden afgetrokken van de belastingen.


Production & Copyright © Tijdnet 

Preslava

Saturday, 1 June 2013

Toeristische tip voor als u in Sofia bent: de dierentuin

Een zeer leuk uitje kun je maken naar de dierentuin van Sofia. De zoo werd geopend in 1888 en is daarmee de oudste dierentuin van Bulgarije. De dierentuin beslaat maar liefst 230 duizend vierkante meter en herbergt allerlei verschillende diersoorten waaronder een aantal bedreigde en lokale dieren.

Serdica en nu Sofia...

Men gaat ervan uit dat Bulgarije al ver voor Christus (zo’n 50.000 tot 100.000 jaar) werd bewoond door de Serden. Zij noemden de plaats Serdica. Vermoedelijk leefden zij tot en met 29 voor Christus op de plaats totdat het in handen kwam van de Romeinen.

De stad kreeg haar huidige naam toen de Slavische Bulgaren de stad in handen kregen. In 1376 doopten ze de stad officieel om tot Sofia, vernoemd naar de Sveti Sofiakerk. In 1382 werd de stad onder de Turken bij het Ottomaanse Rijk gevoegd. De Turkse bezetting zou bijna 500 jaar duren. In deze jaren groeide Sofia uit tot een aanzienlijk handelscentrum.


In 1878 bevrijdden de Russen Sofia van de Turken. Bulgarije werd tot 1908 Prinsdom van Bulgarije en daarna Vorstendom van Bulgarije. Toen de Tweede Wereldoorlog uitbrak, steunden de Bulgaren de nazi’s. Daarom werd Sofia gebombardeerd door de geallieerden. Er was veel schade en diverse monumentale panden werden verwoest. Na de oorlog werd het land bezet door de Sovjet Unie en werd het een communistische staat. Pas in 1990 verdween het communisme uit Bulgarije en uit Sofia.

Werkloosheid in Bulgarije

De werkloosheid in Bulgarije is betrekkelijk hoog, gemiddeld is 10% van de beroepsbevolking werkloos (2012). In de hoofdstad Sofia is dit percentage het laagst, daar is ongeveer 6% van de bevolking werkloos. In gebieden op het platteland loopt dit percentage op tot boven de 30. De gevolgen daarvan zijn merkbaar in alle geledingen van de bevolking. In het werkloosheidscijfer is zelfs de correctie voor seizoenarbeid al meegenomen, in de winter is het aantal werklozen dus aanmerkelijk hoger. Een neveneffect ervan is dat veel plattelandsgemeenten ontvolkt dreigen te raken vanwege de trek naar de grote stad. Daardoor staan veel huizen op het platteland leeg en liggen veel akkers met vruchtbare grond er verwaarloosd bij.

10 mooie zinnen - quotes over belasting betalen


http://c2.plzcdn.com/ZillaIMG/43f2e410f5644e9c0817ecc79fcde896.jpg
  • Belastingverlaging is als een UFO: iedereen spreekt erover, maar niemand heeft het gezien - Hendrik Bogaert, Belgisch politicus.
  • Er is maar één ding erger dan vermogensbelasting te moeten betalen en dat is géén vermogensbelasting te moeten betalen - Thomas R. Dewar, Schots zakenman.
  • Weinig alcohol gebruiken is ook een vorm van belastingontduiking - Kris Jan Jacobs, Belgisch kunstenaar.
  • De invoering van de inkomstenbelasting heeft meer criminelen gecreëerd dan welke wet ook – Barry Goldwater, Amerikaans politicus.
  • Als er vermakelijkheidsbelasting op het feminisme werd geheven dan waren we van al onze economische problemen af - Gerrit Komrij, Nederlands schrijver en dichter.
  • Voor het invullen van een belastingformulier moet men filosoof zijn, dat is voor een wiskundige veel te moeilijk - Albert Einstein, Duits wetenschapper.
  • Investeer je spaargeld in belastingen. Die stijgen altijd - auteur onbekend.
  • Denken is één van de weinige dingen waar niemand ooit belasting over heeft kunnen heffen - Charles Kettering, Amerikaans uitvinder.
  • Iemand is volwassen als hij begint te zeuren over de belastingen - Russel Baker, Amerikaans journalist.
  • Op deze wereld is niets zeker. Behalve de dood en de belastingen - Benjamin Franklin, Amerikaans politicus.

Terugkeer naar België of verhuizing naar een ander land

Als u definitief terugkeert naar België of verhuist naar een ander land (waarvoor een andere diplomatieke of consulaire post bevoegd is), hebt u er alle belang bij uw vertrek vooraf te melden bij het Consulaat of de Ambassade. Dit moet bij voorkeur schriftelijk gebeuren.
Desgewenst kan de Ambassade of het Consulaat u een attest van inschrijving afgeven betreffende uw verblijf in haar ambtsgebied en met vermelding van de datum van vertrek. Bij een terugkeer naar België kan de gemeente de voorlegging van dit attest vragen om u in te schrijven. U moet zich in principe binnen de 8 werkdagen na aankomst in België aanmelden bij de gemeente. 
Uw gegevens in het Rijksregister zullen bijgewerkt worden door de Belgische gemeente (bij terugkeer naar België) of door de nieuwe Belgische diplomatieke of consulaire post van inschrijving (bij verhuizing naar een ander land).
U vindt ook veel nuttige informatie over 'Terugkeer naar België' op de federale portaalsite.


Vestiging van hoofdverblijfplaats in het buitenland (voor Belgen)


In principe moet elke Belg die zijn hoofdverblijfplaats in het buitenland wil vestigen, hiervan ten laatste de dag vóór zijn vertrek aangifte doen bij het gemeentebestuur van zijn woonplaats. Hij ontvangt dan een bewijs van schrapping uit de bevolkingsregisters "model 8". 
Op basis van dit "model 8", uw Belgische identiteitskaart en een bewijs dat u zich in het buitenland gevestigd heeft (kopie verblijfsvergunning, attest van woonst van lokale autoriteiten, ...) kunt u zich vervolgens laten inschrijven op de Belgische ambassade of het Belgische consulaat dat bevoegd is voor uw nieuwe woonplaats. U neemt best vooraf contact op met de Ambassade of het Consulaat om na te gaan welke documenten u moet voorleggen om u er te laten inschrijven.
Opgepast: hoewel de inschrijving op een ambassade of consulaat niet verplicht is, valt ze wel aan te raden om praktische redenen: mogelijkheid tot afgifte van een identiteitskaart of consulaire attesten (bijv. attesten van woonst, nationaliteit, ...), efficiëntere consulaire bijstand in geval van nood, gemakkelijkere afgifte van reispaspoorten, enz.
Behoud van hoofdverblijfplaats in België
Indien u nog niet zeker bent dat u definitief in het buitenland blijft, kunt u ook verder ingeschreven blijven in de Belgische bevolkingsregisters als "tijdelijk afwezig". Uw tijdelijke afwezigheid uit uw woonplaats in België moet wel voordien aan de gemeente gemeld worden.
OPGEPAST: dit is enkel mogelijk voor personen die voor een maximale duur van één jaar en om beroepsredenen, een specifieke arbeid of missie in het buitenland uitvoeren, of voor personen die voor minder dan één jaar in het buitenland verblijven wegens studie- of zakenreizen, wegens hun gezondheid of voor toerisme of een vakantieverblijf. Na één jaar moet u dan een definitieve keuze maken: ofwel terugkeren naar België en ingeschreven blijven in uw gemeente, ofwel u definitief in het buitenland vestigen en u laten schrappen uit de bevolkingsregisters van de gemeente. 

Ook personen die om studieredenen in het buitenland verblijven, kunnen als "tijdelijk afwezig" in de Belgische bevolkingsregisters ingeschreven blijven, voor zover zij er nog over een werkelijk adres beschikken (bijv. woning van het gezin) en zij nog ten laste zijn van het gezin in België. Hier is de duur van de "tijdelijke afwezigheid" onbeperkt.
 
 Als "tijdelijk afwezige" zult u wellicht nog grotendeels in België belast worden. 
 
 
Fiscale gevolgen
Voor details in verband met de fiscale gevolgen van een schrapping uit de Belgische bevolkingsregisters, raad ik u aan contact op te nemen met uw belastingkantoor of met de Federale Overheidsdienst Financiën:
Administratie van Fiscale Zaken
North Galaxy 
Koning Albert II- laan 33, bus 22
 
1030 Brussel,
 
tel.: 0257 629 17, internationaal: +32 257 629 17
 
fax: 0257 966 56, internationaal: +32 257 966 56
 
e-mail:
 info.afzaaf@minfin.fed.be
Verblijfsvoorwaarden
Voor inlichtingen in verband met de verblijfsvoorwaarden voor Belgen in het buitenland (verblijfsvergunning, werkvergunning, ...) kunt u het best contact opnemen met de ambassadevan het land van verblijf in Brussel. 
Sociale zekerheid
Op het vlak van de sociale zekerheid kan een verhuis naar het buitenland ook bepaalde gevolgen hebben (bepaalde uitkeringen kunnen vervallen, de betalingsmodaliteiten kunnen veranderen, …). Voor informatie hierover wendt u zich best tot de betrokken diensten in België (uw ziekenfonds, de RVA, de Rijksdienst voor Pensioenen, ...) of tot de Federale Overheidsdienst Sociale Zekerheid:
Administratief Centrum Kruidtuin 
Finance Tower
 
Kruidtuinlaan 50, bus 1
 
1000 Brussel
 
tel. 02/528.60.11
 
e-mail:
 social.security@minsoc.fed.be
Voor gegevens over de plaatselijke sociale voorzieningen voor buitenlanders in uw nieuwe land van verblijf kunt u contact opnemen met de ambassade van dat land.
Andere vragen
Verdere informatie betreffende wonen in het buitenland kunt u terugvinden op de Federale Portaalsite.